Het Bethaniënhuis

Nagenoeg 80 jaar na de oprichting ervan, is het Psychiatrisch Centrum Bethanië nog steeds een van de belangrijkste gebouwencomplexen in de gemeente Zoersel.

Dit gebouw kan bezocht worden met een gids ! info toerisme@zoersel.be en 03 298 00 00.

 

BEKNOPTE BOUWGESCHIEDENIS VAN HET BETHANIËNHUIS

 

Alles begon met het klooster met psychiatrische instelling van de zusters van het Convent van Bethlehem. Dat werd jammer genoeg tijdens de Eerste Wereldoorlog verwoest en vonden de zusters en hun patiënten onderdak in Merksplas en Hoogstraten. Het idee om het centrum te heropbouwen in Duffel, werd opgeborgen en het domein van het Bethaniënhuis werd aangekocht.

Hoewel Ernest Dieltiens aangeduid was als architect, zijn de meeste ontwerpen voor het complex van Jef Huygh.

 

Gebouwencomplex

Het gebouwencomplex dat de zusters in Sint-Antonius wilden realiseren, is vrij groot. Naast het klooster ontwerpt Huygh ook een ruime psychiatrische inrichting met de nodige bijgebouwen. De zusters wensten een paviljoensysteem zodat de patiënten volgens verschillende aandoening konden ondergebracht worden.

Huygh ontwierp

  • de dubbele woonst voor hulpgeneesheren
  • een hoofdgebouw met administratieve functie, klooster, kapel en feestzaal
  • een woning voor de aalmoezenier en een identieke woning voor de hoofdgeneesheer
  • een observatiepaviljoen voor de ‘bedlegerige patiënten’ en een identiek paviljoen voor de ‘epileptische en onzinnelijken’
  • een boerderij
  • een technisch gebouw met wasplaats

Plaatsing van de gebouwen in het domein

De verschillende gebouwen werden symmetrisch op het grote terrein ingepast, vermoedelijk in toepassing van een 19de-eeuwse theorie in verband met de classificatie van geesteszieken. Aan de straatzijde links en rechts van de toegangspoorten plaatste Huygh de woning van de aalmoezenier en het huis van de hoofdgeneesheer. Ook de dubbelwoonst voor de hulpgeneesheren werd aan de straatzijde geplaatst. Centraal kwam het monumentale hoofdgebouw en achterliggend de drie paviljoenen, geplaatst in een driehoek. Rechts achteraan lag het technisch gebouw, vlakbij de boerderij. De paviljoenen stonden vrij op het domein.

Gebouwen in het teken van de genezing

De paviljoenen hadden vensters aan vier zijden waardoor ze licht en luchtig zijn en beschikken over moderne badkamers en grote, hygiënische lokalen. De keuken, bakkerij, wasserij, linnenkamer en boerderij hadden naast een economische ook een therapeutische waarde want ze deden dienst als ateliers voor de patiënten. Wandelingen in de open lucht in de grote tuin van de instelling bespoedigden het genezingsproces.

Na 1925

Tussen 1925-1930 werden een aantal paviljoenen bijgebouwd zoals de vleugel met twee geknikte armen die helemaal achteraan op het domein lag.

In 1936 werd het Bethaniënhuis getroffen door een zware brand. In één week tijd werd het volledige hoofdgebouw met kapel, feestzaal, ontvangstzaal, klooster, bakkerij en keuken vernield. Alleen de buitenmuren stonden nog recht. De heropbouw vergde een enorme financiële inspanning en gebeurde opnieuw onder leiding van Huygh. Hij herbruikte daarvoor zijn oorspronkelijke plannen van 1922 waarop hij het adres van het atelier Dieltiens doorstreepte en zijn eigen adres op de Boekenberglei toevoegde.